|
Wat betekent singulariteit en wat is de relatie ervan met de eerste parashah van het tweede Bijbelboek Sjemot? Het is het thema van deze wekelijkse blog, een bewerking van een eerdere blog (#43) en opgenomen als hoofdstuk 25 van het aankomende e-boek Joodse Levenskunst: Een Leven vol Vreugde en Betekenis.
Singulariteit betekent letterlijk een ‘ongebruikelijke of onderscheidende wijze of gedraging: eigenaardigheid’ en verwijst naar de kwaliteit of toestand van het enkelvoudig en uniek zijn. Mensen met het vermogen tot singulariteit bezitten het vermogen om uniek te zijn, volledig onderscheiden in hun individualiteit van andere mensen. Zij ervaren een sterke mate van eigenheid. Deze eigenheid of individualiteit is een kernkenmerk van iemands persoonlijke identiteit. Dit type persoonlijkheid is vaak uitgesproken en authentiek, het tegenovergestelde van wat wij het ‘grijze muis-type’ noemen. In Sjemot 1:1 lezen wij: ‘En dit zijn de namen.’ Een naam duidt op individualiteit, en individualiteit impliceert op zichzelf singulariteit. Rabbijn Joseph B. Soloveitchik, de Rav, merkt hierover op dat de Torah wil benadrukken dat God het verbond niet met een natie, maar met een individu heeft gesloten. God is bereid zich zelfs met één enkel mens bezig te houden. Een naam staat voor uniciteit. Het verlangen van de Schepper is dat de uniciteit van een persoon volledig tot ontplooiing komt. Authenticiteit is daarbij zijn bedoeling. Daarom zijn de Tien Woorden in het enkelvoud geformuleerd en niet in het meervoud. God richt zich niet alleen tot het collectief, maar ook tot het individu.[1] Rashi citeert een uitdrukking uit Jesaja 40:26: ‘Hij brengt hun heir voort en telt ze.’ Deze zin verwijst naar de plaats van de sterren binnen elk sterrenbeeld. Elke ster is slechts een deel van het universum, en toch wordt elke ster door de Schepper geteld, benoemd en als individu in aanmerking genomen. Dit betekent méér dan numeriek tellen, want juist deze Bijbelse tekst wijst op het belang van ‘ordenen’ (niets is willekeurig), ‘zorg’ (geen ster ontbreekt) en ‘kennis’ (bij name geroepen). Daarom is ‘bij getal’ sterker dan ‘tellen’. De essentie betreft een betekenisvolle ordering. Elke ster heeft haar eigen, unieke functie. Daarom legt de filosoof Levinas zo de nadruk op het feit dat de mens niet anoniem is, maar persoonlijk wordt aangesproken en verantwoordelijk gemaakt.[2] Vanuit het Joodse denken wordt de mens niet eerst gevraagd te begrijpen, maar te zien en erkennen.[3] Wie bij name wordt geroepen wordt verantwoordelijk: ‘ik dank, dus ik leef verantwoordelijk’. Dankbaarheid is geen reactie op het leven, maar het antwoord op het feit dat wij bij name geroepen zijn. Dit kernaspect van de Joodse levenskunst, zal de geoefende lezer herkennen, vormt het hart in het werk van collega Victor Frankl. Zijn fameuze adagium luidt: ‘Het gaat er niet om wat wij van het leven verwachten, maar veeleer om wat het leven van ons verwacht.’ Mijns inziens is dit de stelregel van de Joodse levenskunst: antwoorden op wat het leven van ons vraagt. Op vergelijkbare wijze is Knesset Jisraël één systeem dat uit individuen is opgebouwd. De wijze waarop het universum is geordend, correspondeert met de wijze waarop een samenleving is georganiseerd (en daarmee tot taak is gesteld). Geroepen zijn Ieder van ons moet zich bewust zijn van zijn of haar uniciteit en singulariteit en bereid zijn, zijn unieke plaats en taak binnen de gemeenschap op zich te nemen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij in deze parashah mensen met een unieke persoonlijkheid tegenkomen die daardoor hun taak op een bijzondere manier vervullen. Sifra en Poea, de Hebreeuwse vroedvrouwen, die God eerden en in staat waren weerstand te bieden aan de instructies van de machtige farao (1: 15–21). Mirjam, een ware leider, die verantwoordelijk was voor het ontstaan van Mozes als leider en verlosser van zijn volk (2: 4–9). En uiteraard Mozes zelf, die ‘opgroeide’, letterlijk een verwijzing naar zijn grootsheid (2: 11). Samenvattend benadrukken de eerste woorden van deze parashah het belang van uniciteit en singulariteit. ‘Durf uniek te zijn’ is haar boodschap, en neem vandaaruit de taak op je die niemand anders voor jou kan vervullen. Deze taak, zo zagen we, is onlosmakelijk verbonden aan de thematiek van ‘dankbaarheid’ en ‘verantwoordelijkheid’. Zoals elke ster haar unieke plaats in het universum heeft, zo heeft iedere mens een unieke plaats in de samenleving. Sifra, Poea, Mirjam en Mozes zijn unieke voorbeelden en daarmee rolmodellen voor zowel Jood als niet-Jood. [1] Lustiger (2014). Chumash with commentary based on the teachings of Rabbi Joseph B. Soleveitchik. OUPress, p. 2. [2] Daarom is bestaan ook geen bezit maar een roeping. [3] Dankbaarheid gaat dan ook vooraf aan kennis, zoals wij de dag beginnen met Modeh Ani. Net als in Jesaja komt dankbaarheid voor denken, begrijpen en geloven. Klik op 'vorige' voor meer blogs over de Joodse Levenskunst
0 Comments
|