|
Balak, de parashah van deze week, is voor velen een bekend Bijbelgedeelte (Bemidbar/ Numeri 22:2- 25:9. Balak de de koning van Moab stuurt Bilam de magiër (of duivelskunstenaar) op pad om het Joodse volk te vervloeken. God grijpt in, frustreert dit snode plan, en Bilam zegent het volk in plaats van dat hij hen vervloekt. De scene met de ezelin, vers 22:21- 22:41, is een van de meest komische scenes uit de Tenach. Voor wie de parashah kent is het aanbevelingswaardig deze nog eens te lezen en voor degene voor wie de inhoud onbekend is, nodig ik uit er eens kennis van te nemen. Het is een betekenisvol Bijbels narratief met een diepe boodschap.
In deze blog wil ik de aandacht vestigen op vers 23:9b. Daar lezen we: [het is] een volk [het Joodse volk] dat afgezonderd leeft, zich niet verbindt met andere naties.’ Deze tekst wijst op een basisprincipe in het Jodendom en daarmee de Joodse levenswijze. Dit principe betreft ‘eenheid’, of beter gezegd ‘eendracht’. Het principe verwijst naar de doctrine van ‘eendracht in verschil’; een verzameling van opvattingen die laten zien dat men ondanks diverse achtergronden, tegelijkertijd kan getuigen van harmonie, overeenstemming of samenhang. Het houdt in dat je ondanks verschillen toch een gemeenschappelijke basis kunt vinden of eenheid kunt ervaren. Het kan ook betekenen dat diversiteit een verrijking is en dat de verschillen elkaar niet uitsluiten, maar juist aanvullen. Dit principe verwijst naar de theorie van de ‘Geïntegreerde Diversiteit’, een theorie die zo vaak in mijn blogs beschreven wordt (bijvoorbeeld blog #2 en blog #40) en ik beschouw als een grondprincipe in de Joodse Bijbel. Tijdens het staand gebed [Amidah] op Shabbat-middag, wordt het principe van eendracht als volgt uitgedragen: ‘Gij zijt één, Uw naam is één, en wie is als Uw volk Israël, een uniek volk op aarde?’ In de Joodse levenswijze zijn er twee in het oog springende uitingen. Ten eerste de eenheid van de Joden als leden van een spirituele gemeenschap, als een gemeente die werd opgericht door het sluiten van het verbond op de berg Sinaï: ‘Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk’ Sjemot/ Exodus 19:6). De eenheid van het Joodse volk als gemeenschap is gebaseerd op het unieke karakter van de Joodse levenswijze: een Thora-leven. Dit principe van eenheid zorgt voor eendracht. Wat verbindt de Jemenitische marktkoopman in Be’er Sheva met de Joden in Amsterdam, of een Joods-Chassidische vriend uit ons mooie dorp in Judea met de Asjkenazische jood uit Haifa of Antwerpen? Een uniforme manier van leven (Orach Chaim), Shabbat, de Seder op Pesach, tefillin (de gebedsriemen), de karakteriserende karaktertrekken van liefdevolle goedheid en rechtvaardigheid en de hoop en het verlangen naar de uiteindelijke komst van de Messias en de finale verlossing. Het Hebreeuwse woord edah, gemeente, is hetzelfde als ed, getuige, en edus, getuigenis: zo is, zegt Rav Joseph Soloveitchik treffend, een spiritueel-religieuze entiteit via een transcendentaal-ethisch bewustzijn verbonden met een enorm geheugen van een volk over een goddelijke wet met een gemeenschappelijk verleden en een gezamenlijke toekomst. Een collectief getuigenis verenigt ons allen in een Joodse gemeenschap.[1] Een tweede uiting betreft ons unieke politiek-historische lot als natie. We zijn niet alleen uniek in onze manier van leven, maar ook in onze historische transmigraties en in ons paradoxale lot. Onze geschiedenis zou niet in een ander historisch kader passen, en ons lot is onbegrijpelijk. Het raadsel van ons bestaan wordt in de eerste plaats onthuld door onze eenzaamheid en onze ellende in alle tijden, ook op dit moment in de geschiedenis. De staat Israël geeft hier concreet inhoud aan en geen enkele jood kan ontkomen aan het feit dat hij onderdeel is van een volk dat apart gezet is. Het verbond zoals wij dat hebben aanvaard, impliceert eenheid in ons historisch lot. Het Hebreeuwse woord am, ‘natie’, is identiek aan het Hebreeuwse woordje im, ‘met’. Ons lot van eenheid manifesteert zich via een historisch onmisbare eendracht. Wanneer Joden met problemen en tegenstand worden geconfronteerd, sluiten de rijen zich en manifesteert de eendracht zich op krachtige wijze, of men nu woont in Israël, of buiten haar landsgrenzen. Diversiteit kan leiden tot eenheid, eendracht en daarmee harmonie. Daar is het Joodse volk een levende getuige van. Diversiteit kan ook leiden tot polarisatie en animositeit, kenmerken van de huidige Westerse wereld. De Joodse gemeenschap is hier niet immuun voor, al is men vanuit haar sterke natuurlijke focus op eenheid, alert op en bereid dit te bestrijden. Het is juist de Eeuwige zelf die dit voor Zijn volk ook niet toestaat. Denk maar aan de opstand van Korach, Datan en Aviram tegen Mozes en Aharon en de gevolgen die dit had voor de opstandelingen (parashah Korach, Bemidbar 16-18). Verzet en opstand is op zich niet verkeerd, als de intentie maar gericht op het goede. Dat is vanuit Joods perspectief altijd als doel de harmonie, dat willen zeggen: de eenheid. De huidige parashah (Balak) is niet alleen een Bijbelgedeelte met een boodschap, maar tevens een verwijzing naar een fundamenteel principe in de Joodse Weltanschauung, een levenswijze die getuigt van eenheid en onderlinge eendracht. [1] Rav J.B. Soloveitchik, Chumash, uitgave OUPress, p.187. Click on 'previous' or 'forward' to read more Blogs (Klik op 'vorige' of 'volgende' voor meer Blogs).
0 Comments
Your comment will be posted after it is approved.
Leave a Reply. |