|
In een van onze boeken staat op pagina 19 een interessante quote over levensgeluk: ‘Alle mensen willen gelukkig zijn. Ieders geweten getuigt hiervan, en dit verlangen kan op geen enkele manier opzij geschoven worden.’[1] Het streven naar levensgeluk is, zo laat deze quote zien, een universeel gegeven. Ieder mens hunkert naar dit diepgaand gevoel van tevredenheid en welzijn dat verder reikt dan kortstondige momenten van blijdschap. Het omvat een positieve integrale evaluatie van het leven. Het gaat hierbij niet alleen om het beleven van plezier, maar ook om het geven van zin aan het bestaan en de dagelijkse activiteiten. Mensen die hun leven als gelukkig definiëren getuigen vaak van hechte, intieme en duurzame relaties met anderen, zinvolheid in hun dagelijkse leven en het vermogen om dankbaar te zijn voor alles wat het leven biedt.[2] Zij zijn in staat om positieve emoties, zoals liefde, hoop en vrede, gestalte te geven. Zij hebben het vermogen zich te verliezen in een taak of project omdat zij met heel hun hart en ziel zich hieraan hebben verbonden, en zijn tevens bereid om hun talenten en vaardigheden steeds maar weer te verbeteren. In de moderne psychologie werd deze combinatie van factoren door collega Martin Seligman beschreven in de theorie van PERMA (Positive Emotion, Engagement, Relationships, Meaning, Accomplishment/Achievement). Dit betekent niet (juist niet!) dat dit type mens de hele dag met een lach op zijn gezicht door het leven gaat. Levensgeluk gaat namelijk gepaard met een realistisch kijk op het leven, inclusief het persoonlijk functioneren, relaties, het wereldbeeld en de toekomst. Deze realistische kijk, zo laten de wetenschappers zien, impliceert het vermogen om negatieve gebeurtenissen en onvolkomenheden te accepteren en waar mogelijk weer om te buigen in iets positiefs. We noemen dit in de psychologie ‘reframing’ of ‘reconstructie’. Deze begrippen verwijzen naar veerkracht en groei. Datgene wat collega Carol Dweck heeft beschreven als een mens met een ‘growth mindset’ (in tegenstelling tot iemand met een ‘fixed mindset’). Levensgeluk betekent dus niet de afwezigheid van lijden. Het betekent juist het vermogen om het lijden te verdragen en waar mogelijk te transformeren, zodat men leert en groeit. Het verhaal van Job in het gelijknamige Bijbelboek is een goed voorbeeld.
In blog #74 beschreven wij levensgeluk aan de hand van Psalm 1 en het Hebreeuwse woordje ashrei. Deze eerste Psalm beschrijft het leven van de individuele mens die streeft naar een stap voorwaarts, naar progressie om zijn kwaliteit van leven in al haar facetten te optimaliseren. Het is niet een feitelijk bereikt resultaat wat hij nastreeft, maar het concrete streven in woord en daad. De diepte van het woord ashrei is gelegen in iemands progressieve ontwikkeling, een streven om te groeien en te floreren, zoals een boom, vrucht draagt onder de bescherming van de natuur die haar door de Eeuwige is gegeven. Dit wezenskenmerk van levensgeluk, zoals dat in Psalm 1 op een briljante wijze wordt beschreven, is in de moderne psychologie inmiddels overgenomen.[3] Dit type mens heeft een realistische kijk op zijn eigen capaciteiten, streeft niet naar grootsheid of zelfgenoegzaamheid en is volstrekt gelukkig met het leven dat hij uit de handen van de Eeuwige ontvangt. Hij is het type, voor wie het verhaal ‘De slimme man en de eenvoudige man’ van Rabbi Nachman van Breslov kent, die volstrekt tevreden is met zijn leven en daarmee in staat is op een eenvoudige wijze gestalte te geven aan de heiliging van het dagelijkse (zie blog #77). Levensgeluk, zo laten recente wetenschappelijke inzichten in lijn met Psalm 1 en Psalm 2 (zie blogs #74, #75, #77, #78 en #80), is geen strikt individuele zaak. Zij hangt in sterke mate samen met de kwaliteit van sociale relaties en de sociale omgeving waarin de persoon leeft. Ieder persoon heeft om zijn levensgeluk op peil te houden stimulans, motivatie en voeding nodig. In de Engelstalig vakliteratuur noemt men dit ‘catalysts’ en ‘nourishers’. Directe instrumentele en emotionele ondersteuning en woorden van respect en bemoediging, zijn voorbeelden. ‘Inhibitors’ en ‘toxins’ betreffen juist tegengestelden. Dit betreffen acties die de dagelijkse activiteiten en het werk ondermijnen, bijvoorbeeld door het uitblijven van steun, of het op actieve wijze tegenwerken en ondermijnen. Pestgedrag in een gezin, door leeftijdsgenoten of op werk zijn voorbeelden. Levensgeluk is al met al een dynamisch begrip dat vele facetten van het leven van een persoon omvat. Zij beweegt zich tussen de topervaringen, de dagelijkse ervaringen en nare levensgebeurtenissen, en hangt met name samen met het vermogen een breed palet van emoties te kunnen verdragen, sterke sociale relaties en betekenisvolle activiteiten. Personen die het ‘kleine’, dagelijkse weten te omarmen en daarvoor dankbaar zijn, hebben als het gaat om het ervaren van levensgeluk een voordeel. Deze uitgebreide inleiding schrijf ik met het oog op de parashah, het Bijbelgedeelte, van deze week. In parashah Matot (Bemidbar/ Numeri 30:2 - 32:42) lezen we over een verzoek van Ruben en Gad (32:1 – 32:38). Dit Bijbelgedeelte wijst op het belang van prioriteren. Mijns inziens cruciaal als we spreken over levensgeluk. Prioriteren betekent het rangschikken van taken, doelen of activiteiten op basis van hun belang of urgentie, om te bepalen wat er eerst moet gebeuren. Het helpt bij het focussen van energie op de meest relevante zaken en het bereiken van iemands doelen. Het woord ‘prioriteit’ komt van ‘prior’, wat ‘voorrang’ betekent. Prioriteren is dus het proces van het geven van voorrang aan bepaalde zaken. In hoofdstuk 32 lezen we: ‘De Reoevenieten en de Gadieten bezaten bijzonder veel vee. Toen ze zagen dat het gebied van Jazeer en Gilad [de Israëlieten verblijven nog aan de oostkant van de Jordaan en zijn het land Kanaän, zoals de Eeuwige instrueerde, nog niet binnengetrokken] bij uitstek geschikt was om er vee te houden, gingen ze naar Mozes en de priester Elazar en de leiders van de gemeenschap, en zeiden …. Wees zo goed uw dienaren dit gebied in bezit te geven, laat ons niet de Jordaan oversteken [Mozes reageert niet alleen verbaasd, maar is ook teleurgesteld en woedend. Hij heeft immers deze hele exercitie al eerder moeten doormaken: verzen 32:6 – 32:15]. Maar zij antwoordden: ‘We willen hier schaapskooien bouwen voor ons vee en steden voor onze kinderen.’ [Lees verder tot vers 23:38]. De opmerkzame lezer van deze blog merkt direct op wat hier gebeurt. De Reoevenieten en de Gadieten, rijk aan grote getalen vee, stellen hun bezit [het vee] niet alleen boven de ook voor hen bekende instructie van de Eeuwige om het land Kanaän binnen te trekken, maar tevens boven het belang van het bouwen van een woonplaats in het beloofde land voor hun kinderen. Mozes, nog aangeslagen door zijn ervaring met de verspieders, beoordeelt in eerste instantie het verzoek volgens sommige commentatoren als zelfzuchtige lafheid. Niet bereid om zelf de strijd aan te gaan om het land Kanaän binnen te gaan, die strijd aan de andere stammen over laten, zouden zij in alle comfort hun vee weiden? Dat schiet, kunnen we ons voorstellen, Mozes in het verkeerde keelgat! Is levensgeluk niet, zoals de Eeuwige telkenmale Zijn volk heeft voorgehouden, niet bij uitstek te vinden aan de andere kant van de Jordaan? Hangt levensgeluk niet samen met het vormen van een hechte sociale gemeenschap, datgene waar het Joodse leven juist om gaat en waar kinderen een cruciale rol spelen? Of is onze materie [ons vee in dit geval] belangrijker? Mozes zou er radeloos van kunnen worden en het zou ons niets verbazen als hij op dat moment zijn functie als leider zou neerleggen. Niets van dat alles, zo lezen wij. Mozes, beroemd om zijn growth mindset, vindt in deze situatie ook weer een passende oplossing. Een bekende Midrash (interpretatie, uitleg) zegt: ‘De stammen van Ruben en Gad koesterden hun eigen bezit meer dan het menselijk leven, zeggende tegen Mozes: 'We zullen hier schaapskooien bouwen voor onze kudden en steden voor onze kinderen.... Hiermee toont u een grotere liefde voor uw bezit [vee] dan voor de menselijke ziel, en daar zal in uw leven geen zegen op rusten.' Het stellen van materie boven het joodse gemeenschapsleven en familieleven in het bijzonder, is voorrang geven aan de verkeerde zaken. Het zal, zeggen deze commentatoren, met het op deze manier rangschikken van taken en activiteiten, niet leiden tot levensgeluk. Het is heden ten dage de worsteling van vele Joden in de galut, de Joodse diaspora. Aan de ene kant een verlangen naar het land Israël, maar aan de andere kant vaak een overwaardering van geld en goed dat hen weerhoudt Aliyah te maken (emigratie naar Israël). Tot ook hen de ‘Inhibitors’ en de ‘toxins’ teveel worden en het water aan de lippen staat.[4] Dit wekelijkse Bijbelgedeelte wijst ons als toevoeging op datgene wat zowel Psalm 1, Psalm 2 en de moderne psychologie beschrijven op een additioneel belangrijk aspect van levensgeluk, namelijk het vermogen om prioriteiten te stellen: relaties boven materie, het dagelijkse boven de incidentele topervaringen, en betekenisvolle bezigheden en werk boven een gevulde bankrekening. Levensgeluk hangt ook samen met het vermogen om een breed palet aan emoties te kunnen ervaren en veerkracht. Bovenal, kern voor de Joodse levenswandel, is de levende relatie met de Eeuwige de bron van alle levensgeluk. Dat is wat Psalm 1 beschrijft in de metafoor van de mens geplant aan waterstromen.[5] Levensgeluk kent al met al vele eigenschappen en uitingen. Het is veelkleurig en veelzijdig. Het stellen van prioriteiten is in ieder geval een belangrijk kenmerk. Je kunt maar zo, zo laten de Reoevenieten en de Gadieten zien, de verkeerde keuzen maken, energie verspillen en de zegen verspelen. [1] Kloens, G.J. & Duijn, van, G. (2015). Alles over Liefde en Relatiekwaliteit. InnovatieDuo. [2] Het zijn, zo laat onderzoek zien, juist de ‘kleine, gewone dagelijkse dingen die bijdragen aan levensgeluk. Het zogenoemde valideren van het ‘gewone’. De frequentie van deze dagelijkse ervaringen is een veel betere voorspeller dan de intensiteit ervan. (Happiness, in HBR Emotional Intelligence Series van Harvard Business Review Press, p.40 en p.50). Als bijdrage aan herstel voor mijn patiënten leer ik hen vaak het principe van ‘vele-kleine-dingen-veel’, in het Engels ‘small things often’. [3] Men noemt dit ‘The Progress Principle’. Haar idioom is: ‘The power of progress is fundamental to human nature’. Het streven om te groeien en te floreren is met name van belang bij het uitvoeren van dagelijkse bezigheden en werk. Dit principe van progressie hangt samen met de mate waarin een persoon betekenis ervaart in datgene wat hij doet en de wijze waarop hij zijn talenten inzet. Het is de ‘A’ in het PERMA-model (Achievement) die heel lang geleden al door de psalmdichter werd beschreven. [4] Met de toename van het virulente antisemitisme wordt het volgende gezegd: Er is een tijd dat je Aliyah kan maken met een container vol waardevolle spullen. Vervolgens komt de tijd dat de emigratie met een container niet meer mogelijk is, en je slechts een koffer kan meenemen. Daarna, voor degenen die te lang wachten, is het vluchten zonder koffer (alleen kleding aan hun lijf). [5] En deze boom staat toch echt niet in de galut. Click on 'previous' to read more Blogs (Klik op 'vorige' voor meer Blogs).
0 Comments
Your comment will be posted after it is approved.
Leave a Reply. |