Dr. Gershom
  • OVER | ABOUT
  • BLOGS
  • MOKUM
  • BOEKEN | BOOKS
  • PRODUCTEN | TOOLS
  • CONSULTATIE | CONSULTATION
  • Contact

Een wekelijkse blog over het Joodse leven, gebaseerd op teksten uit de Torah, de Geschriften en de Profeten.
[A serie of blogs about a Jewish inspired lifestyle based on Jewish philosophy and psychology]
 

Click below this page to read previous blogs or click forward. Onderaan pagina kan je klikken voor voorgaande of volgende Blogs.
​

Be inspired by Dr. Gershom and his ideas about the magic of a meaningful and joyful life!

Picture

Jewish Life #83. Devarim #1: Aliyah Maken

31/7/2025

0 Comments

 
Devarim (Deuteronomium) is het laatste van de vijf Bijbelboeken van de Torah. Het boek wordt beschouwd als de afscheidsrede van Mozes, die hij vlak voor zijn sterven aan het Joodse volk gaf. Het volk stond op het punt het land van Israël binnen te trekken. Mozes zelf zou de oversteek van de Jordaan niet meemaken. Een bijzonder kenmerk in dit vijfde Bijbelboek van de Torah is haar literaire vorm. Mozes spreekt in tegenstelling tot de voorgaande Bijbelboeken in de ik-vorm. In Shemot, Vaijkra en Bemidbar, horen we voortdurend de zinssnede ‘En de Eeuwige spreekt tegen Mozes, zeggende…’. In Devarim is dit niet het geval. 
 
In de eerste sectie van Devarim (letterlijk ‘woorden’) richt Mozes zich tot het volk en berispt hen. Er zijn, zo zegt hij, lessen te leren uit de vele incidenten gedurende de veertig jaar durende reis in de woestijn. Ieder mens kan leren van zijn fouten en het wordt een keer tijd om het geleerde om te zetten in daden die overeenkomen met de Instructies van Eeuwige, dat wil zeggen: een op de Torah gebaseerde levenswijze. Loyaal zijn en intiem verbonden blijven aan de Eeuwige in combinatie met de levenslessen voor de dagelijkse praktijk (inclusief juridische wetgeving), is datgene wat Mozes het volk meegeeft in deze afscheidsrede. 
 
In de eerste parashah van Devarim met de gelijknamige titel, wordt voorafgaand aan het binnentrekken van het land Israël, de episode van de verspieders aangehaald. Deze episode is eerder beschreven in parashah Shelach (Bemidbar 13). In Shelach is het de Eeuwige die de verspieders naar Kanaän stuurt. In Devarim zijn het de mensen zelf die de verspieders op pad sturen. In Shelach zijn we getuige van het vernietigende rapport van de verspieders die het moreel van het volk brak. In Devarim legt Mozes de schuld van deze mislukte exercitie bij het gehele volk. Vanwege het negatieve rapport verzamelden men zich pas nu, 38 jaar later, aan de grens van het Beloofde Land. 
Naast een aantal andere discrepanties, is de vraag in deze blog de volgende: hoe zou het volk moeten omgaan met de schuldvraag? Immers: allen wordt schuldig bevonden. 
 
Volgens de bekende Bijbelcommentator Nechama Leibowitz (1905-1997) herhaalde Mozes niet zomaar de feiten voor de jongere generatie. Zijn toespraken waren meer morele verrijking dan historische educatie. De mensen zelf moesten de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de ramp die zich met de verspieders had voltrokken. Zij hadden, zo stelt Leibowitz, het negatieve rapport moeten negeren, met name omdat er ook positieve elementen in de verslaglegging naar voren waren gekomen. De boodschap van Mozes gaat volgens deze commentator als volgt: ‘Ieder individu is verantwoordelijk voor de misdaden van de groep. Ieder mens is verplicht zich tegen het kwaad te verzetten en het goede te doen, en zich niet te verontschuldigen met het argument dat hij beïnvloed is door zijn collega, meerdere of zelfs leider. Uiteindelijk is ieder individu zijn eigen leider, verantwoordelijk voor al zijn daden en niet slechts een radertje in de enorme machine die de maatschappij heet.’[1]
 
In zijn commentaar op vers 1:12 van parashah Devarim stelt de Lubavitcher Rebbe in lijn met het voornoemde commentaar: ‘We hebben allemaal dezelfde missie als Mozes: onszelf – en degenen in onze invloedssfeer – opvoeden en leiden in de wegen van de Thora. Als we ons afvragen hoe we zo'n zware verantwoordelijkheid kunnen dragen, moeten we bedenken dat toen Mozes God dezelfde vraag stelde, God hem onmiddellijk een praktische oplossing gaf. Net zoals God Mozes de middelen gaf om zijn missie te vervullen, geeft God ons de middelen en hulpmiddelen om onze Goddelijke missie te vervullen, ongeacht hoe moeilijk of overweldigend onze verantwoordelijkheid ook lijkt.’[2]
 
In Devarim zijn we als aanvulling op parashah Shelach uit het voorgaande Bijbelboek getuige van een nieuwe duiding van Mozes. De zonde van de verspieders (chet ha-meragelim) wordt gemodificeerd in een zonde van het volk (chet ha-am). Wat betekent dit? Welke implicaties heeft deze duiding? 
 
Om een antwoord te geven op deze vragen gaan we te rade bij Rav Avraham Yitchak Kook (1865-1935), de eerste Asjkenazische opperrabbijn van het Britse mandaat Palestina. Rav Kook wijst ons op het belang van Aliyah, letterlijk ‘opgaan’, de emigratie naar het land Israël. 
 
In Igerot ha-Re’iyah (1:112), een collectie van brieven, zegt Rav Kook het volgende: ‘De basis voor ballingschap en de aanhoudend gedegradeerde staat van de wereld is enkel en alleen het feit dat men het Land van Israël niet erkent, zijn status en wijsheid niet erkent en de zonde van de verspieders, die laatdunkend over het land spraken, middels teshuvat ha-mishkal niet goedmaakt.’
 
Sommige zonden zijn zo ernstig dat een standaard teshuvah proces van confessie, berouw en maatregelen om datgene wat fout was niet te herhalen, volgens Rav Kook onvoldoende soelaas biedt.[3] Het verkeerde moet, zo zegt hij, door een tegengestelde act worden hersteld. Dit is wat men teshuvat ha-mishkal noemt. Deze act van contra conditioneren (een term uit de psychotherapie) betekent dat wij het tegenstelde moeten doen, en dat is in deze situatie: onze onwankelbare liefde tonen voor het land Israël.  
 
Rav Kook: ‘We moeten de pracht en praal van het land, zijn heiligheid en grandeur aan de hele wereld verkondigen. Konden we maar een glimp van de begeerlijkheid van het geliefde land, het schitterende licht van zijn Thora en het superieure licht van zijn wijsheid en profetie uitdrukken!’ 
 
Rav Kook vervolgt: ‘Het soort licht en de verhevenheid van heiligheid die in het Land van Israël toegankelijk is voor Torah geleerden die God zoeken, bestaat daarbuiten niet. Ik kan hier zelf, zij het met mate, over getuigen.’
 
Om deze compassie van het land van Israël te bereiken, zal men volgens Rav Kook alle bezwaren die Aliyahbelemmeren of onmogelijk maken opzij moeten zetten. Het zijn slechts overheersende egoïstische motieven, zegt hij. Bescheidenheid is het devies volgens deze rabbijn. De act van teshuvat ha-mishkal is nodig om datgene wat in het verleden verkeerd ging, te repareren.  
 
In zijn tijd getuigde Rav Kook al van een opnieuw ontwaken van veel joden en een toename van mensen die Aliyah maakten. Sinds 1948 al meer dan 3 miljoen.
 
In eerdere blogs schreef ik over het thema ‘levensheiliging’, een centraal thema in het Jodendom (o.a. #5 en #51). In de vorige blog (#82) ging het over levensgeluk en het belang van het stellen van prioriteiten hierbij. Beide thema’s, zo laat Rav Kook zien en kan ik uit eigen ervaring onderschrijven, zijn gerelateerd aan een leven in het land Israël. Velen, ook in mijn eigen kring van naasten en vrienden, getuigen bij een bezoek aan Israël van een ‘soort thuiskomen’, een niet te rationaliseren gevoel dat hen gewoon overkomt (‘toevalt’). Je hoort dat met name bij een bezoek aan Jerusalem, onze hoofdstad. ‘De kleur van de lucht is anders’, zegt de een. De ander getuigt weer van een magische of heilige sfeer.[4] Deze ervaringen zijn in lijn met datgene wat Rav Kook zegt: ‘Het soort licht en de verhevenheid bestaat buiten Israël niet’.
 
Sommige geleerden beschouwen Aliyah maken als een mitswa, een gebod. Anderen weer als een optionele mitswa, of juist niet als een gebod. Zelf kan ik de gedachtegang van Rav Kook goed volgen en ben persoonlijk blij met de Joodse Wet op de Terugkeer. Deze Israëlische Wet biedt Joden en hun nakomelingen het wettelijke recht om naar Israël te immigreren en staatsburgerschap te verkrijgen, wat een belangrijke basis vormt voor Aliyah als immigratiestroom. Daarmee komt het Joodse volk tegemoet aan datgene wat we lezen in Devarim 1:8: ‘Zie, ik heb jullie het land al denkbeeldig voorgesteld. [Alles wat jullie nu moet doen] is het binnentrekken en neem het in [erfelijk] bezit, want dit is het land dat de Eeuwige jullie voorouders Avraham, Jitschak en Jaakov en hun nageslacht onder ede heeft beloofd.’ 
 
Al met al draagt Aliyah, een mitswa of niet, bij aan teshuvat ha-mishkal, levensheiliging en levensgeluk. De bestemming van het Joodse volk is in het Land Israël en niet daarbuiten.  

[1] Leibowitz, N. (1980). Studies in Devarim, 24. 
[2] Lubavitcher Rebbe’s Chumash, pp. 1058-1061. 
[3] Over Teshuvah (‘omkering of bekering’) zie blog #8 en #36.
[4] Ook niet-Joden getuigen hiervan. Als je hen vraagt wat deze ervaring typeert, getuigt men van een soort zielsverbondenheid.

​
Click on 'previous' to read more Blogs (Klik op 'vorige' voor meer Blogs).
0 Comments

Your comment will be posted after it is approved.


Leave a Reply.

Proudly powered by Weebly
  • OVER | ABOUT
  • BLOGS
  • MOKUM
  • BOEKEN | BOOKS
  • PRODUCTEN | TOOLS
  • CONSULTATIE | CONSULTATION
  • Contact